RRRauw!

Op Koningsdag sta ik op met Sade’s Your Love is King. Ik trek de massa niet en pak vroeg de trein naar Deventer om naar een campertje te kijken. Onderweg reis ik terug naar 2004. Ons eerste Oranjefeest. We staan op de rommelmarkt, verdienen 195 euro en boeken bij thuiskomst direct twee tickets naar Barcelona. Jij scharrelt over de markt en komt terug met een cadeau. ‘Voor jou’. Met brede grijns, muppet lijf en bungelende ledematen springt vanachter jouw rug de koele kikker tevoorschijn.
 
Ik heb er vaak over gedacht hem ter adoptie af te staan. Het onooglijke beest slingert namelijk altijd in de weg. Bovendien, ik houd niet zo van pluche pets. Maar als jij voor de laatste keer ons huis verlaat – Ik loop voor de rouwauto samen met jou onze straat uit – en ik dat eerste moment alleen thuis ben, grijp ik de kikker en laat niet meer los. Ik val in slaap met mijn hoofd op zijn buik, de lange kikkerarmen om me heen. Die eerste nacht zonder het geluk dat jij ooit terugkeert. 

Dagen achtereen rijd ik bij zonsopgang naar de Posbank. Ik mijd stad en menigte, wil wandelen en in het bos zijn. Als je voldoende verstilt hoor je op de Zijpenberg de natuur zingen. Net als in de Himalaya waar we in Ladakh, India, dagen rond trokken, bij Tibetaanse families sliepen en op 4700 meter kampeerden. De volgende ochtend klauterden we over een pas van 5200 meter. Ik zou zweren dat de monniken die dag aanhoudend Ohm rond de bergtoppen aan het chanten waren.

Op ons bankje staar ik over de Posbank. Ik geniet van de stilte, lees hardop voor en drink koffie met jou. ‘Gezellig, Switi’, hoor ik je zeggen. Rouw is een beste kluif. Misschien is het fijn om te delen. Iemand te spreken die de ervaring is voorgegaan, die ik vragen kan stellen. Bijvoorbeeld of het went, hoe dood het leven verandert en of je andere keuzes maakt. Het voelt soms zo verlaten, zo groot en alleen. Jij zorgt goed voor mij. Op de derde ochtend verschijnt Wim.

Het is even na zeven. Ik schenk koffie in, leg mijn schrift klaar om te schrijven en hap in een boterham. ‘Goedemorgen’. Ik kijk om, zie een man langs me heen lopen. In zijn hand een bos koraal kleurige rozen. ‘Wat een mooie bloemen’, roep ik na. Wim draait zich om en loopt naar me toe. ‘Ze zijn voor mijn vrouw, Marijke. We waren 40 jaar getrouwd. Drie jaar geleden is ze gestorven. Ik heb haar as hier uitgestrooid. Iedere week breng ik haar bloemen’. Het raakt me diep vanwege jou.

Wim loopt verder. ‘Ik kom zo met je praten. Eerst naar Marijke’.  Ik kijk naar zijn ritueel. Hij fluistert. Waarschijnlijk lieve woordjes, zorgen over de kinderen of een weet-je-nog-toen. Het oogt zo kwetsbaar intiem. Met elke roos die hij neerlegt, verzacht mijn hart. Ik ben dankbaar voor dit delen. Rituelen bieden het leven houvast. Het hart verankert er de menselijke ervaring mee. Rituelen zetten angst om in liefde, eenzaamheid in verbinding, afwijzing in omarming. 

Wim komt vaderlijk naast me zitten. Hij vertelt over hun leven, haar dood en zijn ervaringen. ‘Als ik wegrijd heb ik het nog altijd moeilijk’, zegt hij en laat trots zijn Marijke tatoeage zien. Ik schenk nog een bakkie troost in. ‘Went het?’. ‘Nee’, zegt hij. Ik stop niet meer met huilen. Wim staat op, draait zich om en loopt naar de auto met de schouders van iemand die verloren heeft. Hij toetert, ik zwaai mijn tranen weg en loop het bos in.

Op Netflix ‘ontlijst’ ik drukke stadsseries. Ik kijk Merlin en Once upon a Time. Series die de magie van het bos bewaren. In sprookjes ligt vaak een kinderlijk onbevangen waarheid verscholen. Ik zit helemaal in Once upon a Time als Grumpie de irritant brave Snow een les leert. Snow loopt met de dwergen weg van haar prins. Ze heeft voorgoed afscheid van hem genomen. Grumpie troost de zoete Snow. ‘Het wordt heus wel beter’. Ik hang aan Grumpies lippen.

‘Ja’, zegt Snow en pakt een magisch Elixer. Het is een vergeet-drankje. ‘Hiermee vervagen mijn gevoelens, het verdriet en alle herinneringen’. Grumpie grijpt in: ‘NEE!’. ‘Waarom niet’, bijt Snow bitchy. ‘Jij hebt toch ook een geliefde verloren? Als je verdriet toch kon laten verdwijnen…’. Grumpie staat zijn mannetje. ‘Het doet pijn maar mijn verdriet hoort bij mij. Het maakt wie ik ben, Grumpie. Je bent niet alleen. Wij steunen jou en dat zal je hart helen’.

Vrijdag haal ik gebak bij Christiaan. Je ouders komen. Voor het eerst. Al die tijd kon ik het niet aan. Als ze voor de deur staan, ben ik terug in de tijd. Jij ligt in de kamer op de bank. Je vader die met de deur in huis en hart valt. Bij binnenkomst vertelt dat hij zo trots is op jou en ons. Iedere keer weer. Als ik je ouders zie, huil ik. Zij dragen jouw liefde veel langer dan ik. Mijn verdriet voelt even lichter. Je moeder brengt een glimps van de toekomst mee. Zo’n vrolijk rode VW bus met Peace & Love erop. Zo herinner je mij eraan mijn dromen te blijven gronden.

Ik ben blij met de nieuwe maand. In mei hebben wij niet veel eerste keren. Als ik op Koningsdag s’ avonds naar Merlin kijk, hoor ik de brievenbus. Ik loop naar de voordeur. Op de deurmat valt een krant open. In groot groene letters lees ik ‘OPKIKKER’. Een op de koele kikker lijkende figuur gluurt door de letter O. ‘D’, fluister ik en pak het krantje op. In de slaapkamer chilt de koele kikker tussen onze kussens. En ik vraag hardop of jij niet zelf wilt terugkomen om mij te troosten.

R O U W  voelt verbonden met alles wat is, was en zal zijn. De elementen spelen met het gemis aan jou. Met elke stap grondt het bos mijn verdriet. Bomen zuiveren de longen. De wind klaart gedachten. Water stroomt mijn emoties vrij. De zon schijnt licht op elke stap die ik zet. In het aardse laten we het grofstoffelijke los. Alleen in het eindige ervaar ik oneindig jou.


In juli 2018 werd de liefde van mijn leven – so far – plotseling ziek. Op 16 november ging zijn euthanasie wens in vervulling. Ik schrijf over mandarijntjes uit blik, magische avonturen en pure liefde. Dit is mijn verhaal over R O U W.

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.