RRRauw!

Monty is dood. Hij is 5 augustus ingeslapen. Ik kan niet meer thuis zijn. Alles doet pijn. De muren vuren een miljoen beelden op me af. Uit de gordijnen schudt een leven aan letters, woorden en zinnen op. In de tuin wiegt de wilg treurend mee op ons onvervuld verlangen. Negen maanden zonder jou. Mijn lieve Britse korthaar hield me overeind. Monty dribbelde als een hondje achter me aan, eigenwijs paraderend met de staart omhoog om zich dramatisch op mijn yogamat te werpen voor zijn dagelijkse portie knuffels. Synchroniciteit. Ik rond de week ervoor mijn werkzaamheden af en verlang naar reizen en schrijven. De dierenarts is resoluut. Afscheid nemen. Ik neem Monty een laatste dag mee naar huis. In de winkel haal ik zijn favoriete snacks net zoals ik de dag voor jouw dood naar de AH snelde voor meer mandarijntjes-uit-blik. “Ik word hier nog goed in, D”, huil ik fluisterend. 

Ik heb niets meer om voor thuis te blijven. Niemand houdt me hier. Ik koop een treinticket naar Bellinzona, Zuid-Zwitserland, om op de berg bij Urs en Minka uit te huilen. Ik ben op, verslagen, bodemloos. De dag voor vertrek reserveer ik een craniosacraal behandeling bij mijn favoriet, Anita Vedder. Ik zie jou vlak voor je dood. Je ligt in bed en pakt Monty van me over. “Ga maar de wereld in, Switi, je eigen weg weer vinden.” Je trekt de kat nog dichter naar je toe. “Ik zorg nu voor Monty.” Samen versmelten jullie in de dood. Van de treinreis naar Bellinzona herinner ik me weinig. De vijf overstappen zijn op magische wijze goed gegaan. Als ik na tien uur uitstap, regent het.  Aan de overkant van het station zwaaien Urs en Minka. Zeven jaar geleden zagen we elkaar voor het laatst. We nemen een aperitivo bij hotel Internazionale. Het voelt alsof wij hier vorige maand nog zaten.

Laos, december 2008. We ontmoeten Urs en Minka in Luang Prabang en varen twee dagen per longtail over de Nam Ou rivier om via Muang Khua de grens naar Vietnam over te steken richting Điện Biên Phủ. We hebben gehoord dat deze sinds een half jaar open is. Zeker weten, doen we het niet. Urs deelt Lao Lao whisky uit om warm te blijven. In Muang Khua reizen we 80 km per bus over een smokkelroute die ons na 10 uur eindelijk aan de grens brengt. We zitten ingeklemd tussen balen rijst, smokkelwaar, en steken onder luid geschreeuw van enkele Vietnamese geldwissel vrouwtjes de grens over. In Hanoi vieren we samen oud & nieuw door aan het Hoan Kiem meer met ijs en geluksballon de magische schildpad te eren. Onze ballon stort uit de boom neer op het hoofd van een Vietnamese man die gelukkig net zijn brommer helm opzet. De personeelsleden van het hotel liggen in de lobby te slapen als wij ze rond 4 uur aangeschoten wakker stommelen.

Ik zet de tent neer met vrij zicht op de bergen en geniet ‘s nachts van de elementen die in een oorverdovend concert met lichtshow laten weten dat het niet mijn wil is die geschiede. Onweer dat met flitsen van inzicht komt, optrommelt en laat voelen wat overgave is. Op de derde dag stort ik in. Ik ren huilend naar de tent en druk jouw voetbalveld fleece deken dicht tegen me aan. Ook hier op de berg gaat alles gewoon door. Vriendschap, het delen van verhalen, gekte, gezelligheid. Zonder jou. Het voelt als verraad, gemeen en ‘niet eerlijk’ op een manier die alleen Calimero perfect verontwaardigd intoneert. Het onveranderbare mag best een keer veranderbaar zijn. Juist om te kunnen buigen voor het besef dat het onveranderbare werkelijk is. Want de bergen staan nog net zo overeind als toen jij leefde. s’ Avonds trekken de wolken op dezelfde manier de Calanca vallei binnen als tien jaar terug. Ik sta op, loop naar de buitendouche en spoel alles van me af.
 
Nog altijd ben jij ‘s ochtends de eerste die naar me lacht. Mijn Reisaltaar bestaat uit ons laatste seflie, het opaline engeltje van Joyce en is nu uitgebreid met het muisje van Monty.  Aan de berg lees ik voor uit mijn schrift. Als ik schrijf, voorlees of over jou vertel, zijn we nog altijd samen. Woorden gieten beelden in vorm. Op papier in stilte, of hardop verhalend met of zonder publiek: ik zie ons gelukkig, onderweg in de nachtbus richting Tokyo, op de boot naar Bungalow no 7 op Nusa Lembongan of gewoon lekker thuis. Jij in de hangmat met een biertje. In Zürich breng ik enkele dagen met Jenny door, een vurige, Italiaanse yogi die ik begin 2018 in Chiang Mai ontmoet op het terras van de Italiaan bij ‘ons’ om de hoek. Ik schrijf verder aan RRRauw! met uitzicht op de tuin en springende eekhoorntjes die me eraan herinneren te blijven spelen, bewegen en om af en toe ondeugend brutaal te zijn.

De eerste nacht thuis schrik ik wakker. Ik hoor Monty voor de deur miauwen. Wij zitten op Lowlands. Als bij een wonder is jou voor de duur van het festival een tijdelijk leven gegeven. Ik kijk Netflix met Koosje – mijn parkiet – en zet haar kooi naast me zodat ik toch iemand heb om tegen aan te kwetteren. Vanzelfsprekend komt Oortje s’ ochtends ook gewoon uit de struik getijgerd om te eten. Sinds 2012 zwerft de schildpad poes schuw door de tuin. Links mist ze een oor. Ik drink koffie en bedenk dat vandaag ook gewoon een ordinaire werkdag in 2016 kan zijn, een zaterdagochtend waarop jij al naar Indoor bent om te sporten of een septemberdag waarop ik de keuken poets. Het ritme der rituelen waaraan als een kapstok het dagelijkse leven hangt. Het repeterende leven maakt rustig, biedt troost en houdt overeind in deze totale revolutie. Ook zonder jou en Monty.

Ik ben even thuis en reis naar Finland om morgen met Minna jouw 51ste verjaardag te vieren. Ik herinner de losse cadeaus die ik de eerste keer gaf. Een zwarte Diesel muts met rode D, aftershave en een radio alarmklok. What was I thinking. Jarenlang heeft het irritante alarm ons met volharding uit bed getimmerd. miep. mIEP. MIEP. MIEHIEEEEP. Vorig jaar was het erop of eronder. Je wilde perse 50 worden om vlak erna te sterven. Vijftig is het nieuwe honderd zeggen we tegen elkaar. Wat kun je anders als je tijd erop zit en je op je vijftigste al zo’n mooi, vol leven hebt gevierd. Wat geef je iemand die dood gaat? Ik maak de slaapkamer gezellig met een hartjes slinger, nieuw dekbed en kaarsjes. En ik regel morfine. Je stelt je euthanasie wens uit en vertrekt per direct op je morfinewolk naar lalaLand. “Ik voel me heerlijk”, herhaal je vijf dagen lang. “Als ik niet beter zou weten”, zeg je. En: “Niks aan de hand!” 

R O U W voelt als een overslaande plaat. Het gemis krast in mijn hart. Tranen eroderen tot groeven in mijn gelaat. De naald blijft hangen op een enkele zin. Ik mis je. Na negen maanden zonder jou gezien, gehoord, geroken, geproefd en gevoeld te hebben, kom ik tot het meest elementaire. Dat ik je mis. Dat ik wil dat je terugkomt. Nu. Dat het lang genoeg heeft geduurd. Ik ben boos op de herinnering. Wat heb je aan haar. Ze brengt fysiek niet terug. Herinnering kust niet de nacht door. Ik kan niet anders dan loslaten. Open staan voor de ervaring. Zonder oordeel. Dat verbindt en rijgt alles in liefde tot één.

RRRauw! paperback, audiobook en e-book vanaf 16 november 2019.
pre-order
RRRauw! >>

In juli 2018 werd de liefde van mijn leven so far plotseling ziek. In november ging zijn euthanasiewens in vervulling. Ik schrijf over de liefde, onze magische avonturen en mandarijntjes-uit-blik. Dit is mijn verhaal over rouw.

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.