RRRauw!

Ik sluit de deur naar ons leven in Arnhem. In 2013 zetten we hem samen op een kier. We ruimen ons huis leeg en verhuren het om twee jaar over de wereld te zwerven. 13 juli. Groot feest in de tuin. Lach en Zwaai, C&D, zingt iedereen wuivend mee op een customized versie van Blurred Lines. We nemen twee dagen later de nachttrein naar München en railen via de Balkan naar Istanbul om daar het vliegtuig naar Bishkek te pakken. Bij thuiskomst zeg je voldaan dat je voor de komende vierentwintig jaar een maand vakantie hebt genomen. Voldaan of voorziend, soms bloedt er iets door van het leven waarvoor je geboren bent. Lach en Zwaai. C&D. Ik loop een laatste keer door de tuin en raak onze boom aan. In de slaapkamer ga ik door de knieën aan jouw kant van het bed. Ik kus de vloer, huil en fluister duizend maal dankbaar gedag. Op de drempel naar de tweede helft van mijn leven is dit het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan. Toen jij dood ging, hielden we elkaar tenminste nog vast, mok ik dreinend voor de deur met de foto-waarop-jij-zo-leuk-lacht. Ik besef dat dit het is. Die eerste keer – 2004 – loop ik naar binnen als meisje. Vandaag vertrek ik als vrouw, weduwe en liefde van jouw leven.

In Arnhem zit ik een week in mijn grief cave met Heartbreakers, M&M’s crispy en een Outlander revival. Ik voel me zoals Claire, verscheurd door de tijd, versnipperd. Aan een herhaling valt altijd wel iets nieuws op. Deze keer is het Jamie’s duim die groots in beeld verschijnt. Ik zie je pulkend aan jouw duimnagel voor me terwijl je nadenkt over de tuin, een fietsvakantie of het fixen van een bug. Je hebt van die zelfverzekerde handen net als Jamie en eigenlijk heel mooie nagels op die rechterduim na. Ik ruim verder op. Alles wat ik aanraak, heeft lading. Het is alsof ik dokter Bibber speel. Elk contact trilt een splinter uit ons leven los. Dat ik het allemaal achter me laat. Misschien doe ik het alleen maar om jou te lokken, denk ik opstandig, en is dit grote loslaten mijn ultieme poging om jou uit het hiernamaals te dagen (of daarvoormaals want jij spint natuurlijk allang weer nieuwe ervaringen). Mijn huid schuurt. Ik wil je bellen, D, ons huis is verkocht, omdat de datum van opleveren ons inhaalt net als jouw naderende dood. Als dit candid camera is, moet je nu over de brug komen uit jouw dimensie – Lach en Zwaai. C&D – dan broezen we samen de tweede helft, een toekomst vol herinneringen, tegemoet.

Elke ochtend draai ik me om en gluur eerst of ik jou zie liggen. In de schemering zoek ik naar de contouren van ons leven. Op een of andere manier denk ik dat het eenvoudiger gaat wanneer ik licht loens of mijn ogen iets dichtknijp voor de werkelijkheid. Ik haal een zilte zoen op de Steenstraat en loop onder mijn favoriete boom door naar huis. Je wordt elk jaar mooier, ritsel je. Wanneer ik door de gang loop naar de keuken buig ik altijd even naar rechts en kijk de slaapkamer in. Het is compulsief uitwijken, de hoek omkijken en verwachten dat je buitengewoon knus in bed ligt. In de keuken staar ik vreugdeloos door het raam de tuin in. Heb ik je niet tekort gedaan met kist dicht, zero zichtdagen en direct uit huis? Ik ben trots op jou. Je verdient het dat iedereen je in volle glorie, in heel je sterfpracht en -praal, ziet. Zo’n rouwintrusie valt regelmatig out of the blue binnen. En hoe vaak ik ook door het keukenraam naar de tuindeur gluur, er is geen Uri Geller, Hans Klok of air bender die de klink laat zakken en jouw door de poort terugduwt naar mij. Ik hang de was op. Het is festival weer. Ik zie je dansen in de Bravo op Lowlands. Zaterdagavond. Jeff Mills, The Bells.

Bij Lille word ik door de Douane van de weg gehaald en intimiderend ingesloten door een volgauto. Is deze Punto van u? Ja! Ik glim er een beetje bij. Met de Peugeot uit 2004 zou ik natuurlijk nooit aan de kant zijn gezet voor deze vraag. De douanier vervolgt met een drugs, sigaretten en 10.000 cash question terwijl een strenge collega door de tas met drop en stroopwafels graast. Ik doe Parijs in anderhalf uur. De lichtstad blaast alle auto’s één voor één als propjes door de périphérique. De laatste nacht slaap ik in Orio net over de Spaanse grens op tweehonderdzeventig kilometer van Rumoro. Ik schrik wakker en voel me opgejaagd alsof ik de hele nacht dubbele espresso heb gedronken. Nu ik er bijna ben, zie ik tegen de aankomst op. Stel je voor dat de magie weg is en thuiskomen op Rumoro voelt als OMG, wat-heb-ik-gedaan, en dat ik op de oprit denk, ik maak rechtsomkeert, terug naar Arnhem om aan jouw kant van het bed door de knieën gaan. Stel je voor dat ik op Rumoro niet meer achteroverval in het moment. Ik zit om zes uur in de auto en barst voor de tunnel bij Unquera in tranen uit.

Tijdens de afwas, huil ik. Op Rumoro haal ik geluk en dankbaarheid uit de repeterende eenvoud van zo’n huis-, tuin-, en keukenritueel. En dat het zo heerlijk weghuilt bij stromend water houdt overeind. Jouw remains liggen dwars. Ik gooi de theedoek over mijn schouder en loop naar boven om de asbeker uit het droefgrijze vilt te halen. Vilt is praktisch. Het rafelt niet waardoor je direct achter de naaimachine kunt voor het stikken van eierdop, puntmuts of crematietas. De asbeker is verzegeld met een stenen munt. Bovenop de deksel ligt een koperkleurige schijf waarin jouw geboorte- en sterfdatum, naam en nummer is gegraveerd. Jij bent 69462. Ik stel me zo voor dat de bus ceremonieel open springt door het zegel met zachte plechtigheid in te drukken. Er gebeurt niks. Ik zoek onder de rand van de deksel naar een lipje waarmee deze logisch losschiet maar verlies grip en loop ongeduldig rood aan. Ik pak de hamer, ram romantisch op de stenen munt wat toch een beetje als grafschennis voelt en timmer met opwaartse drift door tot het grootbuszegel eindelijk invalt. Ik neem je mee naar het strand bij Celorio, naar het hoogste punt op de Romaanse brug in Cangas de Onis en natuurlijk dansen we samen rond Rumoro waar de wind voor een klassieker zorgt, jouw aswolk mijn kant opblaast en me achtervolgt zoals je vaak deed door huis, tuin en Albert Heijn wanneer ik zit te bokken, kribben of nukken.

Ik rijd vroeg naar Llanes en wandel voor het eerst after Lockdown langs de Paseo. Ik zing Jij, strooi as uit over zee en wandel naar La plaza voor een boodschap. De visboer spot mij en verlaat met drietand zijn zoutwaterrijk. Hij schikt de vangst van de dag voor in het schap terwijl hij me tegelijk met zijn ogen stalkt. Het is supermarktbaltsen maar misschien ook fantasie, wat ik wil zien en er niet per se is. Voor nu is dat spannend genoeg. Op Rumoro koop ik dingen die ik normaal niet gebruik. Keukenrollen vind ik bijvoorbeeld heel Spaans. Ik staar naar een verpakking witte rollen maar laat me verleiden door de uitbundige variant met vrolijk vis- en schelpmotief. In het dorp heb ik WiFi om te mailen, voor social media en ik download er series met een café con leche of glas cava en een pincho de tortilla erbij. Vroeg of laat, onvermijdelijk volgt het moment dat ik me verloren voel, ontheemd en realiseer dat ik nooit weer door de gang loop, het hoekje om, en kan checken of jij wel fijn ligt. Op zo’n moment moet ik naar boven. De Koele Kikker is niet mee maar ik heb Ducche die lief en grief in zijn vacht gedrukt krijgt en jouw voetbalveld fleecedeken die stevig zacht en aaibaar voelt net als jij. Ik gooi een Moodfood sessie in de strijd. Gebakken aardappelen met uitjes en Zaanse mayo. Het leven hier is simpel en zo natuurlijk dat alle ruimte, stilte en zachtheid aanwezig is om er groot verlies in te ontvouwen tot liefde die voelbaar weerklinkt. Op Rumoro ben ik met al dat is.

De laatste maand in Arnhem trek ik ‘s middags rond vier uur het gordijn achter dicht zodat ik je scherper aan tafel zie zitten. Soms sta je in de achterkamer als energiewolk te popelen tot beam-me-up-Scotty je in mijn wereld materialiseert. Vroeg in de ochtend wandel ik langs de Rijn en zing Jij met de stroom mee. Het was precies zo, Ceetje, zeg je. We luisteren één keer samen naar Jij, lepeltje-lepeltje, de avond voor jouw dood. Draai je dit liedje op de dienst? Ik heb zoveel verdriet dat ik niet langer wens dat je terugkomt omdat afscheid onmogelijk is geworden. Blijf maar waar je bent, D, bijt ik verbeten vanaf de Rijnkade toe. Jij luistert geamuseerd naar de onverwacht tegendraadse wending van mijn rouwtantrum. Ik heb een theedoek van ons bij me die we in 2004 ook al hadden dus drogen voelt vertrouwd. En de vogelkom van Pip Studio die je voor Sint geeft, is ook mee net als de waterkoker die thee zet met het geluid van thuis. En ik mis je zo. Ik mis ons en een wereld om samen in te wonen.  

De zon staat op uit zee. Twee jaar geleden zijn we in juli nog samen op Rumoro. Jouw laatste maanden gaan in. Ik denk na over vier jaargetijden rouw. Het is de strengste winter, de duisternis voorbij. Soms voelt het even begin maart wanneer één zo’n heel mooie dag de lente belooft maar de winter zijn koufront vervolgt wat eigenlijk een beetje gemeen is. Ik veeg een traan weg, neem een slok van mijn café d’amour en denk aan Roger. In voorgaande seizoenen van Outlander vind ik hem een druif maar in seizoen vijf pakt Roger mijn hart omdat hij opstaat uit de dood met een verse Netflixoratie over zijn hemelgloren. Mensen leven en sterven via hun woorden, dweept Roger. Ze vormen gedachten en daden. Woorden onthullen wie we zijn. Ze hebben effect dus kies ze met wijsheid. En dat geldt zeker voor je laatste woorden want die overleven jou. Hij heeft gelijk. Roger that. Ik ga door de knieën en pak je hand. De hartjesslinger wappert. Buiten is het windstil. Ik houd van iedereen, zeg je en pakt een laatste partje mandarijn-uit-blik. Tien jaar geleden, ontving ik een glimp van mijn dood. No famous last words. Ik ben oud, woon buiten en kijk verandavredig uit over het land. Het visioen voelt vrij verbonden en elementair net zoals het leven op Rumoro. Jij loopt de hoek om naar me toe. Ik zeg niks. Je pakt mijn hand. Switi, zeg je. Op dat moment ontsnapt binnensmonds mijn meest stemhebbende plofklank. D.

R O U W  voelt als de Ring die Smeagol, Frodo en ieder ander die hem draagt consumeert.

p.s. woensdag zit ik in een vroege avond jam(mer)sessie met Big Love van Fleetwood Mac en Mystify van INXS. Ik roep dat je moet terugkomen. Nu moet je weer terugkomen, D. Het universum antwoordt binnen een uur. Nadat ze zich dit jaar nog niet heeft laten zien, vliegt Roodborstje aan door het raam op tafel om rechtsboven mijn laptop om kruimels te vragen alsof ze nooit is weggeweest.

RRRauw! vertelt het ontroerende verhaal van een kleurrijke rouwdouwer die je met de speed of love vanuit de veilige knuffelvortex van haar grot meesleept door een volle bak echte rouw en de liefde die met kwetsbare humor overeind blijft als twee geliefden in drie maanden tijd afscheid nemen.

CARINA WIEGMAN (Groningen, 1972) reist, schrijft en masseert buiken. Ze studeerde Levensloop Psychologie aan de OU. In 2018 sterft de liefde van haar leven, so far, met wie ze 15 jaar over de wereld zwerft. RRRauw! is haar debuut. Momenteel schrijft ze vanuit Asturias haar tweede roman, Marathon (winter 2021).

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.