RRRauw!

Sinds een maand pas ik op chateau et chat in Auty op twintig kilometer van Cefas, Wendy en de diertjes. Ik ben voor het eerst op een plek die niet herinnert aan samen-met-jou. De doos met altaarspullen, mijn bedevaartuitzet, ligt in de Punto inclusief de foto-waarop-jij-zo leuk-lacht en de verpakking mandarijntjes-uit-blik. Ik staak uit protest tegen het oude normaal. Alleen ons laatste selfie staat naast mijn bed. Ik zit in een rouw-ratrace richting jouw tweede sterfjaardag in een kansarme poging de herinnering aan jou, ons en de eerste helft van mijn leven uit de benen te rennen. Loop ‘m d’r uit, zou niet misstaan in Te Land, Ter Zee en in de Lucht naast Fiets ‘m d’r in, Blij dat ik Glij en Tobbedansen Ik kom steeds vaker in rouwopstand, boos, omdat ik me verloren voel (zonder jou), verstoten (van alles en iedereen, in mijn ZwartWit zoutste salmiakbui) en bedonderd (door jouw dood). Waar ik je het eerste jaar fysiek nog zo voelde, de liefde dichtbij, en je altijd naar me knipoogt (wat zit je haar leuk, Ceetje!), bloemen achter je rug vandaan tovert (Switi, voor jou!) en gniffelt (wat doe je weer onhandig!) blijf het nu vaak stil.

Deze RRRauw! paart met helse schrijfpijn. Terwijl de derde rerun van Outlander speelt, ga ik door de moeilijkste periode tot nog toe. Ik zoek hulp om verder te komen. Wat ‘verder’ is, krabt en bijt net zoals het vraagteken achter Mieke’s Waarheen, Waarvoor en is misschien wel minder belangrijk dan de beeldenstorm die dagelijks ons heilige huwelijk vernielt. ‘s Ochtends stap ik traag uit bed wat Ventura als geen ander waardeert. De Tonkinees kasteelkater rolt zich strak op, tegen het linker dijbeen, wanneer ik in bed schrijf of van een café d’amour nip. Wat ik ook probeer, het lukt niet op de schommel tussen mijn bekken te klimmen waar het zo lekker vrij vlinderen is en woorden zinnen scheppen. Misschien komt het omdat ik te ver van zee ben. Of is het de supermaan die de buik eerst nog verder wil oprekken. Ik draai zielige liedjes, trek met Hachi enkel licht gemiezer en maak een gevoelsreis naar Asturias waar op het cementerio in Parres, Ducche op me afrent (voor het dramatische effect) in ik Jij zing langs de passeo in Llanes. Er gebeurt niks. Mijn gevoelswereld ligt plat. Kom hier, Switi, volgens mij ben je vandaag nog niet geknuffeld. Ik blijf bokken, grommen, schoppen, stomen.

Ik raap walnoten en denk terug aan Nederland. In het Bastion aan de Rijnkade kijk ik voor het eerst in anderhalf jaar tv. Het zijn dezelfde shows, gezichten en ochtendprogramma’s die herinneren aan dat heerlijk voorspelbare ritme, onze sleur, het dagelijkse leven. Ik ben in Sonsbeek. Jij loopt als wandelgids mee. Park Open. Theater Avenue. Onze eerste zoen. De laatste rolstoelronde. Ik strooi as op de plek waar je me naar je toetrekt. Juhu, Ceetje. Ik draai om. Jij loopt met fototoestel op me af en tovert de zon tevoorschijn. Mijn hart rekt op zodat jij tussen de vrije ruimte kunt spelonken. Ik huil. Uit de achterbak van de Peugeot haal ik de Koele Kikker. Die slaapt vannacht bij mij. Op een feestje in Groningen weeg ik vluchten of vechten. Ik spreek met Jorinde. Haar vader is dood. Ze zegt precies waar zo’n groot verlies op staat. Het is gewoon kut. Ik reis van Arnhem via Groningen naar Zeist en Hilversum en slaap in acht verschillende bedden. Ik spring op voordat ik land. Aan het eind van de rit voel ik me opgejaagd als een hert. Tijdens take-off huil ik schaamteloos hard om alles wat ik achterlaat. Het was fijn om even onderdeel te zijn van een dagelijks leven, te proeven van knusse gezelligheid, samen eten.  In mijn tas zitten heartbreakers, kaas en pepernoten. Ik huil omdat ik niet in Nederland kan zijn.

Voordat ik kasteeldame word, verblijf ik aan de Middellandse Zee in een Coco Sweet Bungalow die jij vanzelfsprekend Coco Switi noemt. Wanneer ik onze camping walk doe, zie ik je in de verte lopen. Ik bewonder je van een afstand alhoewel ik het liever op een rennen zet om mijn plek naast jou in te lijven. Op camping La Croix du Sud in Le Barcares voel ik me ontheemd en dat is eenvoudig op zo’n toeristenstrip waar hoofdseizoen overgaat in schouder en het overdag heerlijk rustig is terwijl ‘s avonds de karaoke blèrt. Ik begin aan het nieuwe seizoen van De Ontnuchtering. Nu de grote verstrooiactie en de verkoop van ons huis erop zit, voelt opnieuw beginnen totaal niet dapper, woest en onafhankelijk. Ik lijk wel een voortvluchtige die onder de rouwradar wil blijven uit angst te worden opgepakt door de verliespolitie. In drie dagen tijd rook ik twee pakjes Marlboro light weg tot mijn keel furieus terugprikt en de longen het rookgordijn voor mijn hart dichttrekken waardoor de afstand tot onze liefde vernauwt en het lijkt alsof ik door een kijkdoos gluur naar jouw laatste drie maanden, minuten, seconden.

Ik beweeg van mijn gevoel weg en haal de neus op voor alles wat met jou te maken heeft terwijl een leger Doenertjes gaten in mijn maag boort om nog wat lucht te geven aan al dat is. Maak muziek en lach, zorgen voor een andere dag, zingen de Freggles. Hoe lang moet ik nog naar de zee staren om jou, ons – dood en leven – te herkouwen voordat ik los ben van het slepende, trekkende en jengelende gevoel in mijn onderbuik. Nadat de sigarettenbinge is gedoofd, loop ik uren door het zeewater. Probeer met zo’n rookgordijn maar eens te landen, dicht bij je gevoel te komen of een gevoel over je gevoel te krijgen zodat je op meta-niveau kunt afdalen in de diepste laag van zielsverlangen. Nu de rooklucht klaart, stort ik ‘s avonds in terwijl Holding back the Years als karaoketopper over de camping krijst. Ik sta stil en vraag me af of ik werkelijk op eigen benen sta of dat ik nog altijd liever tegen jou aanleun alsof jij de rotskust voor Llanes bent die als knuffel-, klaag-, en verdedigingsmuur dient tussen de bergen en mijn zee aan emoties. Jij komt wat luchtiger uit de hoek en gooit op het strand een tegeltje voor de voeten. Het leven lacht je toe, Switi.

Op het chateau herinnert niets aan jou behalve de merchandise van onze liefde. Chateau Dumas. C&D. Ik vind een I LOVE CD theemust, kussens met onze initialen in brocante en in het koetshuis hangt aan de kast een set porceleinen cd-kerstballen die heel prima voor oversized love bangles door kunnen gaan. Tijdens het stofzuigen speel jij ons flauwste spelletje. Jij trekt de stekker eruit. Ik loop naar het stopcontact, zie jou. In ruil voor een zoen, krijg ik de stekker terug. De stofzuiger slaat af. Ik loop automatisch naar het stopcontact waar jij niet staat en de stekker gewoon contact maakt. Bij de derde keer snap ik het eindelijk. Deehee, roep ik giechelend, wat flauw. Sindsdien heeft het apparaat geen kuren meer. Wanneer ik ‘s avonds in het chateau enkele lampen ontsteek, ruikt het soms naar jou. Het is geen Durga of YSL maar een geurtje waarvan ik de naam vergeet. Soms kleurt de avond taupe, rose en lila dat ik als hartverzachter van Robijn mee naar binnentrek. Op de kasteelmuur zit ik klaar voor de sunset met InXS’ Mystify en vergeet even mijn eerste wereldproblemen. Waar mijn plek is, of de liefde mij ooit weer vindt en wanneer op Netflix het nieuwe seizoen begint van Grace & Franky, Outlander en Peaky Blinders.

Zondagmiddag borrel ik coronaproof via facetimemet Natasja, mijn krullebolvriendin. We zwemmen synchroon wat betreft verlies, bijna vijftig worden en opnieuw beginnen. Bij toeval kijken we allebei de dag voor onze bubbeldate naar Emily in Paris en we zijn het erover eens. Wij willen net als Emily ook (ooit weer) zo vol moed ontdekken, verwonderen, spelen en als gekaramellisseerde suiker op de crème brûlée in ons boudoir een heerlijke nieuwe liefde verwelkomen. Het valt me op dat Netflix ons leven niet werkelijk vertegenwoordigt en het veel mooier doet voorkomen dan het is. Netflixt heeft nog geen serie met mondkapje, lockdown of wasritueel on screen en wat komt iedereen voor kus, knuffel of handgebaar toch heerlijk jaloersmakend dichtbij. Wanneer ik ‘s ochtends wakker word, denk ik als eerste aan jou. Je pakt me vast, drukt je dicht tegen me aan. Ben je weer in de wasverzachter geweest, Ceetje? Je bent zo zacht.

Het is een week vol vreselijke kwart-voor-vier-dromen. De Dood wil jouw vertrek op exact hetzelfde moment timen als de oplevering van onze woning (net als een gelijktijdig orgasme wat vaak ook eerder droom dan werkelijkheid is). Ik werk me uit de naad om ons huis leeg te krijgen. Jij verbijt pijn en lichaamlijke aftakeling in een niet te winnen afvalrace tegen jouw sloopkogel. Je loopt voor me, mager, zwabberend. Ik volg in polonaise met jouw best feeding friend, het sonde apparaat. Je wilt het zo graag volhouden zodat wij tegelijk kunnen losschieten – jij uit het aardse, ik uit het cement – maar je redt het niet. Ceetje, ik kan niet meer, zeg je. Je bent op en vertrekt. Ik blijf achter met een verhuisdoos in de hand en voel me door de Dood in het ootje genomen. Met jou, hoorde ik voor het eerst bij iemand. En voor het eerst hoorde iemand bij mij. Ik scheur mezelf los uit de droom alsof ik een herbruikbaar raamstikkerpoppetje ben maar heb nog geen nieuwe achtergrond gevondenom tegenaan te plakken.

Op Chateau Dumas voel ik me de profiteur van jouw dood. Door de verkoop van ons thuis heb ik meer dan een ton op de bank en ik ontvang maandelijks weduwepensioen. Daar hoef je niks voor te doen? vraagt een vriendin onbewust bot. Op zo’n moment spant mijn rouwmonster de keel om een gifpijl af te vuren. Toch schaam ik me. Jouw dood is mijn brood. Ik voel me de uitbater van jouw kanker, een goldgravedigger. Af en toe denk ik dat ik mezelf met een exorbitant cadeau moet verwennen. Een crème van honderden euro’s die de rouwrimpels verslaat, compleet nieuw haar in halflange lokken of een lichte facelift zodat ik de liefde van de tweede helft van mijn leven kan aantrekken. Alleen bij de kaak iets omhoog, hoor ik mezelf tijdens de intake roepen. Kijk, zo. En daarna vastnieten, Ik heb nergens zin in, vind niks leuk en ben al blij dat ik iedere dag opsta, goede maaltijden maak en af en toe onder de mensen ben. Mijn veerkracht is weg. Het elastiek hangt als een slappe hoelahoep rond mijn middel omdat het te ver is uitgerekt en nog niet kan terugveren om lekker swingend rond de heupen te bouncen. Ik voel een moeheid die burnout-waardig is.

Wanneer een vriendin na weken terugmailt dat ze aan me denkt, nul sociale ruimte heeft en oprecht hoopt dat het beter met me gaat, ontpopt mijn rouwfurby zich als Wolverine en trekt razendsnel de klauwen terwijl ik Lily Allen’s F*ck you very, very much zing. Rouw is geen ziekte. En hoe kan ik me nu al – na nog geen twee jaar – ‘beter’ voelen. Wanneer zeg ik, het gaat beter? Op jouw vijfde of tiende sterfjaardag? Wanneer jouw dood ‘lang geleden’ voelt? Of merk ik vanzelf dat ik een ronde verder ben omdat er ruimte voor iemand of iets anders ontstaat? Misschien is rouwtijd als ontzwangeren, negen maanden af. Ik trek de klauwen in. Vijftien jaar lief. Vijftien jaar grief. De gedachte lucht op omdat vijftien jaar net lang genoeg voelt voor jou als grote liefde. En dan ga ik daarna alsnog trouwen, D, besluit ik overmoedig terwijl ik rond het chateau de herfstval aan bladeren omhoog trap. Goed hoor, Switi, gniffel je. Ik heb vaak gezegd, ik trouw pas wanneer ik weet dat ik oud met iemand word, en dan stokte de onderstroom omdat ik ‘samen oud‘ bij ons niet voelde. Vijftien jaar na jouw dood ben ik begin zestig. Ik kan dan zeker nog een kristallen, zilveren en misschien zelfs robijnen bruiloft halen (Oma vierde onlangs haar achtennegentigste verjaardag) maar smaragd zit er niet meer in.

De herfst begint waterig, onstuimig, koud. Ik schep elke ochtend chagrijnig de houtkachel leeg die een hoeveelheid as produceert waarmee ik met gemak de helft van jouw asbeker vul. Tijdens het koken draai ik Dolly Parton, nachtegaal van de menselijke ervaring. Wanneer ik worstel, vraag ik wel eens WWDS, what would D(olly) sing or say? Het antwoord komt meestal vanzelf. I will always love you, ga voor de pijn staan en speel er tikkertje mee. Na de hutspot wandel ik om het chateau. In het dorp stop ik bij het Mariabeeld. Ik gooi een lijntje uit naar D. Wil je zeggen dat ik verdrietig ben en dat D zich geen zorgen hoeft te maken? En, oh, wil je vragen hoe ik van die rouw afkom, wat ik los kan laten? Maria komt als messenger girl niet direct over de brug maar stuurt jouw antwoord via haar favoriete kosmische kanaal, Netflix, een boodschap die speciaal voor mij is bedoeld. Netflix komt in Locke en Key onverwacht uit de hoek met een rouw wist-u-datje. I know first hand that grief doesn’t get any smaller. So you have to make yourself bigger around it. The best way to do that is to open up. Let people in. En misschien is dit precies waar ik nu voor sta. Zo is weer een rouwmysterie unlocked.

Werk aan de binnenwinkel, dus. Ik ben gestart met een rouw- en verliescoach. Na het eerste gesprek loop ik het koetshuis uit naar buiten om mijn bedevaartsuitzet uit de Punto te halen. Ik open de doos voor het eerst sinds mijn vertrek van Rumoro en laat alles door mijn handen gaan. Ik maak een hartsverbinding met wat me zo lief is aan jou. Ik geef de foto-waarop-jij-zo-leuk-lacht, jouw mandarijntjes-uit-blik en alle overige altaar bestsellers een plek in het koetshuis, mijn heden. Jij dreunt Alex Gaudino’s Destination Unknown door me heen. De zon schijnt het koetshuis binnen. Ik zet het hartruim wijd open en beweeg. Het Chateau is een geweldig terrein voor een festival waar we dansen op een mix van Billie Jean, Sexiest Man in Jamaica en The Bells. Opeens schiet los dat ik mezelf misschien wel contact, plezier en verbinding ontzeg omdat het zo dichtbij jou komt. Juist al die dingen die het leven leuk maken – lol hebben, genieten, kletsen, vrijen, eten, dansen, gek doen – doen pijn. Ik verlang naar dat feestje met jou, dat vrije gevoel dat voor mijn ogen danst. En het is er nog. Het zit allemaal van binnen. Maak muziek en lach, zorgen voor een andere dag. Ik dans door de pijn heen. Follow me. And let’s go. To a Pardise of Love and Joy. Destination Unknown.

R O U W  voelt als een rotonde. Ik weiger besluiteloos af te slaan, bang om de juiste afslag te missen.

#rrrauw #rouwraaktiedereen #rouwpouwer #movingforwardwithgrief #rouwnomade

p.s. zwerf mee op Insta @carinawiegman
p.p.s. dans mee

Destination Unknown, Alex Gaudino

Billie Jean, Michael Jackson

Sexiest Man in Jamaica, Mint Royal

The Bells, Jeff Mills

RRRauw! vertelt het ontroerende verhaal van een kleurrijke rouwdouwer die je met de speed of love meesleept over de wereld, door een volle bak echte rouw en de liefde die met kwetsbare humor overeind blijft als twee geliefden in drie maanden tijd afscheid nemen.

CARINA WIEGMAN (Groningen, 1972) reist, schrijft en masseert buiken. Ze studeerde Levensloop Psychologie aan de OU. In 2018 sterft de liefde van haar leven so far met wie ze 15 jaar over de wereld zwerft. RRRauw! is haar debuut (november 2019). Momenteel schrijft ze haar tweede roman, Marathon (november 2021).

If a marathon is a battle, it’s one you wage against yourself – Haruki Murakami 

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.