RRRauw!

Duizend Dagen Dood. In de opslag graai ik tussen onze spullen alsof het de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf zijn. Ik herpak kleding, wikkel ons servies in bubbeltjesfolie en tape dozen dicht terwijl de Koele Kikker me bemoedigend toelacht. Op de onderste verhuisdoos staat D. Ik open hem nietsvermoedend en zie als eerste jouw sokken, het rode Adidasjasje en de alpaca sjaal die we samen in Quito, Equador kopen. Ik druk je stijf tegen me aan, ruik Yves Saint Laurent en wieg me huilend in het stoffelijke warm. De tijd weg van jou etmaalt door. Ik haal opgelucht adem wanneer Facebook No Memories Today aangeeft en ik jou en mij niet voorbij zie komen. Duizend dagen schommelen twee emoties heen en weer die bepalen en of ik van leer trek of me afzonder in een uithoek van de stilte.

Grief is the demon of the heart. Ik luister naar het boek Charge & the Energy Body van Anodea Judith dat over emotionele lading in het lichaam gaat. Wanneer iemand sterft, verliezen we niet alleen onze dierbare maar ook die heerlijke puls van hun liefde. When grieve strikes the heart ancient hurt of betrayal, past rejection and loss – everything that hasn’t properly been grieved – comes up again together with all its unexpressed charge. Wat een kans om het hart te luchten en een gouden bezem door je centrum te halen om last en lading te lossen. Ik treur om gemiste kansen, huil om het failliet gaan van onze B&B vol liefde en brom mentaal met terugwerkende kracht op mijn moeder over hoe ik uit huis ben gegaan en geen vrijheid kreeg mijn eigen weg te kiezen. De vrouwenlijn. Ik zit mezelf op de kop omdat het me in bijna vijftig jaar nog – ik houd hoop – niet is gelukt mijn plek in te nemen om te kunnen ontspannen in het dochter zijn.

Alhoewel ik niet zo vaak rechtstreeks vanuit emotie reageer, ben ik door Ram in Mars meer dan gemiddeld chill met openlijk uiteenspatten, afvuren en ontvlammen. Boos mag zijn evenals verbazing, angst en schaterlachen. Hoe gaat het met je? mailt een vriend. Ik antwoord dat ik me wat krachtiger voel na dat vreselijke tweede rouwjaar. Mag ik daaruit opmaken dat je in de fase van acceptatie bent beland, schrijft hij terug. Ik laat zonder omhaal de horens zien. Laaiend word ik van zo’n zin. Wie ben jij die boven mijn rouw denkt te staan en iets wat weliswaar universeel is – rouw raakt iedereen – maar waarin ik mijn eigen versie ervaar te veralgemeniseren in Kubler-Ross termen. Ik voel me onbegrepen, -gehoord en –gelezen. Bovendien, het doet jou tekort. Jij bent mijn acceptatie guru omdat je onmiddellijk je doodvonnis omarmde waarmee je voor mij het pad der aanvaarding gladstreek.

Wanneer we elkaar zien, word ik aangesprokenop mijn katt(ig)ebelletje. Het is voor mij een reden om minder contact te zoeken, zegt hij. En – het vingertje – pas op: je isoleert jezelf met boos, geïrriteerd en krabben. Yuck Fou, denk ik. Rot op met je emo-shaming. Maar die laatste opmerking trapt wel op mijn hart. Ik zet met moeite stappen terug in een wereld die gelijk zo anders is en zoek contact omdat juist rouw isoleert. Tijdens verlies vermomt pijn en verdriet zich als boosheid, zegt rouwprofessor Manu Keirse. Wanneer we liefde op aarde enkel in haar imperfecties kunnen beleven, net als wij mensen in onze fysieke bubbel niet ons volledig spectrum van zijn kunnen ervaren, dan zijn blij, boos en verdrietig dimensies ervan en is in liefde alles tegelijk aanwezig.

In Valencia lunch ik sjiek bij een Michelin aanbeveling vol heerlijk onduidelijke gerechten met een zuurtje of knispertje en een ober die in de plooi plat water blijft bijvullen terwijl de sommelier van serieus wijnadvies dient. Ik voel me tegelijk op- en uitgelaten omdat ik dit alleen doe en vind lunchen met jou oneindig veel gezelliger. Ik word al wat Spaanser maar kan niet wennen aan het geslak bij de kassa, auto’s die op onmogelijke plaatsen (drie)dubbel parkeren en families die breeduit flaneren terwijl jij er langs wilt in hollandsche draf. Ik praat al voorzichtig in drie tijden zodat ik verhaal kan houden in lineaire tijd. Alhoewel het leven misschien versimpelt wanneer taal en tong enkel nog zou willen buigen voor vandaag-, nu- en hedentijd.

Nou, dat komt niet meer goed, hoor ik je zeggen. In het derde seizoen van Virgin River komt een vrouw bij de dokter met uitgezaaide alvleesklierkanker. Ze gaat thuis rusten en overlijdt vervolgens vredig in haar slaap. Ik word door het gladgestreken einde van deze schrokkende ziekte wel wat opstandig en heb het ondanks de prachtige natuur, het Omroep Max ritme en die lekkere hoofdrolspeler een beetje met de serie gehad. Ik denk terug aan jouw euthanasie. Niemand die je vertelt dat het met de eerste prik wel gebeurt is met leven, zeker wanneer je al met één been in de dood staat. Ik herinner hoe verbouwereerd ik aan jouw kant van het bed achterbleef omdat je binnen een seconde vertrokken was. En, weg met die Netflixromantiek van even gaan liggen met stage four terwijl je nog op vol gewicht bent en er doorvoed uitziet. Je was uitgemergeld tot op het bot met dat mooie, dikke haar en een vers glas mandarijtjes-uit-blik naast je bed.

Ik woon op Mazacaravia met vier tokkies, een zwerfkater en Flow, een grand old lady met het uiterlijk van een wolf. Flow is aan het sterven.Haar goede dood wacht geduldig tot ze door de achterpoten zakt. Flow stopt met eten, vermagert en strompelt trouw over het terrein. Ik word er verdrietig van omdat het herinnert aan jouw laatste zomer en het proces zo gelijk opgaat wanneer de ziel zich uit de elementen terugtrekt. Twee maanden lang loopt de dood rond mijn cabana. Af en toe loop ik naar Rumoro waar ik voor mijn nieuwe huis zit (dat nog niet helemaal af is) om samen met Ducche te huilen. Of ik wandel langs zee door het water dat als zielselement in de branding haar boodschappen fluistert terwijl ik op blote voeten een lichtbad neem. De laatste weken op Mazacaravia ga ik nergens meer heen. Ik ben bang voor de letters uit het griekse virusalfabet.

Tijdens take off huil ik niet meer. Misschien komt het doordat ik op jouw plek in het vliegtuig zit. Ook al heb ik een toegewezen plaats aan het gangpad, jij regelt voor mij een plek aan het raam. Wanneer ik de skyline van Rotterdam zie, krijg ik een brok in de keel. Transavia taxiet via hangar C en D naar de gate. In het alfabet blijven we eeuwig naast elkaar bestaan. Op Rotterdam CS koop ik bij de AH to go een slaatje, drop en blauwe M&M’s waarna ik rechtstreeks naar Arnhem trein om bij Barna zo’n dikke, vette knuffel te halen. Via Vrienden op de Fiets slaap ik drie nachten in een caravan die achter het station in een Arnhemse voortuin staat. Halverwege de derde nacht word ik wakker van gestommel. Ik loop slaapdronken met de luiken half open en oordoppen in de slaapcabine uit en bots tegen een gestalte aan die zeker een kop boven me uittorent. Ik schreeuw eruit, eruit, terwijl ik de ongenode gast de sleurhut uitduw, check of laptop, portemonnee en paspoort er nog zijn en bel de eigenaar wakker.

In nood ga ik direct tot actie over. Fight & Flight. Ik heb het vaker meegemaakt. In Vietnam krijgen we een busongeluk. Een personenauto botst bij een inhaalpoging frontaal op onze bus. Het is één uur ‘s nachts. We worden wakker van de klap. Ik veer op, grijp mijn rugzak en schreeuw tegen D, wegwezen hier. We lopen anderhalf uur met bepakking in het donker totdat we een hotel vinden en checken om drie uur in waarna we van schrik de minibar leegdrinken. Ik staar met grote ogen de ochtend tegemoet totdat het buiten licht wordt en vertrek naar Barna om op mijn afspraak met Janssen te wachten. Ik laat me om praktische redenen vaccineren. Om vrij te kunnen reizen, mezelf en de ander te beschermen. Terwijl ik naar de vaccinatielocatie aan de Vosdijk loop, denk ik na over jouw laatste prik die jouw hart wegsteelt bij mij, duizend dagen geleden.

1000 dagen rouw.  Jij verdwijnt achter het gordijn alsof je verstoppertje speelt met mijn gemis terwijl de afdruk van jouw liefde in het stof zichtbaar blijft. Op de achtergrond ben je altijd aanwezig. Rouw beweegt in boosheid van binnen naar buiten en weer terug in de vorm van verdriet als een strop om het hart dat verslapt en aantrekt. Gevoelens. We verdrinken ze, snuiven ze weg met een lijntje of verstikken ze onder een zoete deken. Wanneer alles mag zijn – emoties, gevoelens, ervaringen – is een sleutel tot heling gevonden. Oooh frog face zegt een vriendin wanneer ik begin te huilen. Het is lief bedoeld maar verdriet wil niet bekleuterd worden. Ik verlang naar intercontinentaal reizen. In de volle zomerzon sta ik met lege handen. Ik zoek naarstig naar impulsen van buitenaf, vertier en beelden, maar de echte vonk komt van binnenuit. De liefde die ontsteekt en alles aanraakt als in een vloek die wordt opgeheven en van binnen buiten maakt en rondzwerven op aarde weer hemels.

R O U W  voelt als eens boobytrap. Ik trap er iedere keer opnieuw in.

#rrrauw #lovestory #rouwnomade #rouwraaktiedereen

p.s. de foto is in Varanasi gemaakt waar we in alle vroegte over de Ganges peddelen.

RRRauw! vertelt het ontroerende verhaal van een kleurrijke nomade die je met de speed of love meesleept over de wereld, door een volle bak echte rouw en de liefde die met kwetsbare humor overeind blijft als twee geliefden in drie maanden tijd afscheid nemen.

ZWERF visueel mee op Insta @carinawiegma
LIVE op facebook iedere vrijdag om 11.11 uur
RRRauw! paperback 188 bladzijden www.rrrauw.nl

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.