RRRauw!

Op de luchthaven van Rotterdam hoor ik mijn naam. Ik kijk achterom. Het is Amor, RRRauw! lezeres van het eerste uur. Ze vliegt naar haar ouders in Torrelavega op zo’n vijfenzestig kilometer van Rumoro en is zo verbonden met deze streek. Ik voel me niet Spaans, niet Nederlands, zegt Amor. Soms is het gewoon zo dat je letterlijk van de wereld bent. Dan maken nationaliteit, taal of grenzen niet uit. Amor bericht het weekend erop, ik ben in Llanes, zin in een terrasje? En het is me gelukt om spontaan ja te zeggen, iemand nieuw te ontmoeten en knus te kletsen. Dat ik dat weer kan. Alhoewel ik ernaar neig bij zo’n uitnodiging in de rouwkramp te schieten, me terug te trekken en een smoes voor mezelf te verzinnen waardoor ik lekker kan blijven tijgeren op mijn berg. Amor (what’s in a name) voelt vrij gegrond en het is zo ontspannen gezellig dat ik alles loslaat. Ik schiet uit de kramp.

De Laatste twee weken van augustus masseer ik in Arnhem. Af en toe pak ik de bus naar de stad. Ik wandel langs de Rijnkade of slenter op weg naar Barna door de Steenstraat om bij de Zilte Zeemeermin een haring met uitjes te halen. Ik voel me rot omdat ik jou in het straatbeeld van Arnhem mis. In deze stad ben je onzichtbaar dichtbij. Niet alleen liefde maakt blind maar ook verlies. Ik tast om me heen maar het blijft koud terwijl het voorheen altijd warmer werd bij het naderen van jouw hart, ons haard. Ik wil niets liever dan de fiets pakken of lijn 5 om na jaren zwerven bij jou thuis te komen. Misschien leef jij verder in ons leven maar ben ben ik vergeten of verdementeerd en is het lauw en simpel. We zijn dichtbij maar kunnen elkaar niet vinden. Ik ga niet naar ons huis. Arnhem is geweest. Met jou, vijftien jaar liefde en Monty in een boeren zakdoek samengeknoopt als knapzak op mijn rug.

In Rotterdam pak ik nog net het laatste uurtje Bijenkorf mee en doe een aankoop op de impuls van jouw liefde. Jij verwende me altijd flink met complimenten, iets grappigs of een mooi cadeau. Naar mezelf toe ben ik een tikkie gierig. Doe maar, Ceetje, ik trakteer, en laat van Pip Studio een schaal, theemok en kop met schotel inpakken. Ik ben niet zo’n kop-koffie-met-een-schotel-mens maar het bordje is echt wel handig voor de lekkere gebakjes van El Fito of La Vega. Omdat ik het mezelf gun (welliswaar met een zetje van jou) voel ik me opeens heel groot, stoer en onafhankelijk. Waarom niet een keer mooi servies in plaats van die praktische mokken van Xenos, Blokker of Hema.

De nacht voor vertrek uit Nederland droom ik dat je gevangen zit in een doodsdoolhof. Het is een spel. Jouw opdracht is om in het donker met een ketting rond je enkel naar de uitgang te kruipen. De regels zijn simpel. De uitgang halen, betekent leven. Red je het niet dan ga je dood. Jij haalt het niet maar we evalueren na afloop, wanneer het licht aangaat en de duistere uithoeken van het spel het licht zien, wel wat er is mis gegaan. Ik concludeer dat je het bijna had gehaald. Er zijn zelfs verschillende mogelijkheden om aan deze death trap te ontsnappen. Kijk zo dichtbij was je, D, roep ik opgewonden. Maar jij weet beter. Je laat zien dat er in werkelijkheid geen exit is, dat je aan je lot niet kunt ontsnappen en leven een illusie is maar verzwijgt dit in eerste instantie om mij te sparen. Ik begrijp het nu, D, zeg ik vreselijk teleurgesteld en laat je los maar wil je eigenlijk niet laten gaan.

Opnieuw beginnen in een vers huis heeft iets maagdelijks. Het voelt als de eerste letter op papier in een nieuw schrift die je in je allermooiste handschrift zet of het stikken van de perfecte, kaarsrechte naad wanneer je op de naaimachine aan een hip rokje begint. Ik wil alles overzichtelijk, clean en ongeschonden houden. Dat binnen de lijntjes kleuren houd ik natuurlijk niet lang vol (op bladzijde twee van dat nieuwe schrift verschijnt gewoon weer mijn snelslordige schrijfstijl) omdat perfectie niet bestaat en je gewoon vloeiend wilt leven in plaats van in het gareel met de rem erop. We kunnen niet altijd in mindfulle focus aanwezig zijn en stromen juist mindless het meest creatief wanneer we lanterfanten of verdwalen. Ik geniet in mijn nieuwe huis van het simpelste geluk, van wasknijpers aan het rek, mijn gestreepte truitje aan een hanger en een sleutelbos die bij iedere stap rinkelt in mijn tas. Op Rumoru kom ik thuis.

Ik zit zo in mijn verhuisbubbel dat ik niet omkijk naar jou. Ik heb geen zin in jou, D, zeg ik vrijgevochten en negeer de verhuisdoos met jouw spullen en de bedevaartuitzet maar installeer wel direct de foto-waarop-jij-zo-leuk-lacht. Ik tover de stampotstamper tevoorschijn. Ook al is het buiten snikheet met föhnwind ik bereid Hutspot als eerste ik-ben-verhuisd-maaltijd. De rest van het bestek is spoorloos. Ik haal tot drie keer toe alle dozen overhoop behalve die van jou. Want waarom zou iets doodgewoons als bestek tussen de herinnering aan jouw leven zitten. Ik open toch maar jouw doos en vind het tasje dat je in bolivia kocht en mij, gul als je was in de uren voor je dood, cadeau deed. Die is voor jou, Switi. Ik druk het tasje tegen mijn wang, open het en vind je paspoort. Het is geldig tot september 2026. Eigenlijk mag je niet sterven voordat je paspoort verloopt. Ik pak het doosje met een enkel oordopje erin. In je andere oor paste er geen omdat je een wond had die niet genas. En het is niet je rode adidasjasje of de verpakking waarin jouw voetbalveld fleecedeken zit maar dat stomme oordopje waar ik helemaal stuk op ga. Soms keert de sterkte van emoties mijn stroming om net als orkaan Aida met de Mississipi deed.

Pas na een week bezoek ik het het cementerio in Parres. Ik koop eerst bij El Fito in Llanes een lekker gebakje met aardbeien en neem het mee naar het familiegraf. In Spanje ontbijt ik twee keer of neem op zijn minst nog een twaalf-uurtje voordat ik rond twee uur ga koken wat voor Spaanse begrippen nog altijd vroeg is. Ik praat eerst jouw abuelos bij over Rumoro, je ouders en bedank ze voor hun hulp. Daarna klets ik lekker Hollandsch met jou. We giechelen om de knusse routine dingetjes voor het slapen gaan. Een druk op de morfine booster, je slaappil, dat enkele oordopje en een beetje vasline op het wondje in je oor en op je lippen waarna ik je kus. Jij zegt, morgen weer zo’n dag, Switi. En dan weet ik dat je een goede dag hebt gehad. Ik draai Sunshine van Ieks voor jou, luister naar It’s a Pity van Tanya Stephens – het nummer dat me zo doet denken aan onze tijd in Belize – en merk dat herinneringen ook veel zachter kunnen voelen, we hier op het cementerio zelfs samen nieuwe maken, met andere liedjes en dat ik ‘Jij’ van Anouk best wel kan loslaten.

Oma is negenennegentig geworden. Het emotioneert me haar verjaardagsfoto op Facebook te zien. Oma is pas naar een gesloten afdeling verhuisd vanwege haar voortschrijdende dementie. Je moeder bericht dat ze herhaald zegt, Ik mis er één. Dominguin. Oma noemt jou ook wel jochie. En dan mis ik haar. Ik prijs me gelukkig dat de pandemie tegelijk met het tweede rouwjaar uitbrak, mijn moeilijkste jaar tot nog toe. Wat merk je eigenijk van zo’n lockdown wanneer je in je grot in rouwquarantaine zit. Het is fijn dat het buiten langzaam wat meer opengaat net zoals binnen in mij. Ik pak nog een doos uit. De Koele kikker springt tevoorschijn. Voor het eerst geneer ik me een beetje terwijl hij in Nederland zo belangrijk leek. Ik ben toch wel blij dat hij hier is. Al is het alleen maar omdat hij altijd vrolijk kijkt en geen last heeft van een ochtendhumeur. Iedere dag schuifelt de zon een beetje verder op in haar dans rond de zee en bergen. In de keuken staat regelmatig een kastje open dat ik toch echt meen dicht te hebben gedaan. Terwijl ik schrijf, valt opeens de koffie uit de kast. Je laat weten dat het tijd is voor een café d’amour.

Ik zit s’ avonds graag buiten tijdens de schemering.De geiten komen thuis. Het merendeel graast boven in de bergen tot het eind oktober beneden voldoende koud is om terug te keren naar de boerderij. Er is één geit die bij terukomst altijd een trappetje omhoog klimt om boven het hondenhok van Ducche te gaan liggen. Ik vind deze geit extra aandoenlijk. Dat komt omdat hem wat mankeert. Hij heeft een vergroeide nekwervel en daardoor kijkt hij altijd een beetje schuin achterom, naar wat achter hem ligt. Ik denk na over imperfecties terwijl ik op Netflix naar de film The One kijk dat over matchmaking op DNA niveau gaat. Natuurlijk is liefde ons DNA. Daarom was de klik tussen jou en mij ook zo wezenlijk. Alles klopte. De manier waarop je echt wel, Switi, zegt, of opmerkt, heb ik vandaag al gezegd dat ik je lief vind? waarop ik gelukkig giechel. Misschien was je wel te knap voor mij, denk ik ineens, en komt het door de kromming in je bovenrug – die ik zo mis – dat het toch matchte. Op één foto is de bolling zichtbaar. Soms aai ik op het scherm over deze plek net zolang totdat ik door de afdruk ervan in het rood van jouw t-shirt een hartje zie verschijnen.

R O U W  voelt als hernieuwd geluk. Hier tussen berg en zee waar het moment het wint van de tijd met dagen die oneindig kort duren, is de plek waar ik de rust van jouw liefde hervind.

#rrrauw #lovestory #rouwraaktiedereen

ZWERF visueel mee op Insta @carinawiegman

LIVE op facebook bijna iedere vrijdag om 11.11 uur

RRRauw! vertelt het ontroerende verhaal van een kleurrijke nomade die je met de speed of love meesleept over de wereld, door een volle bak echte rouw en de liefde die met kwetsbare humor overeind blijft als twee geliefden in drie maanden tijd afscheid nemen.

RRRauw! paperback 188 bladzijden www.rrrauw.nl

CARINA WIEGMAN (Groningen, 1972) reist, schrijft en masseert buiken. Ze studeerde Levensloop Psychologie aan de OU. In 2018 sterft de liefde van haar leven so far met wie ze 15 jaar over de wereld zwerft. RRRauw! is haar debuutroman (november 2019). Momenteel is ze in Asturias waar ze thuis komt en schrijft aan Marathon, haar tweede roman.

If a marathon is a battle, it’s one you wage against yourself – Haruki Murakami

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.