RRRauw!

April vorig jaar kocht jij een t-shirt. Zo’n hippe van het merk Diesel. ‘Only the Brave’ is hun slogan. Ik had het als modieuze ekster voor jou uit de rekken geplukt. Het shirt heeft op de voorkant zo’n creatief, halverwege afgescheurd logo waardoor de twee lettergrepen er afzonderlijk van elkaar uitspringen. DIE  en -sel. Dood etaleerde al maanden op jouw borst.
 
Misschien waren er meer aanwijzingen, zo achteraf. Het lukte bijvoorbeeld niet om samen nieuwe plannen te maken. Jij wilde in Arnhem blijven. Ik wilde zover mogelijk weg, ergens opnieuw beginnen en jouw 50ste verjaardag ontlopen. Nu begrijp ik waarom je wilde verankeren. Sterven is verstillen. Toen we op D-day het ziekenhuis uitliepen, viel alles op zijn plek. Ik was voor het eerst in maanden rustig. 

In de zomer van 2017 was ik uitvoerig met afscheid bezig. Ik begreep alleen niet waarom ik rouwde. Om de wereldreis die was afgelopen? We waren toch alweer twee jaar terug. Had ik midlife melancholie om alles wat is geweest en nooit zal zijn? Wie zal het zeggen. Ik weet alleen dat de paukenist regelmatig door mijn hart dreunde met een voorproef van zijn concert.

Vorige winter werkte ik in Thailand aan mijn eerste boek, Marathon. Het is een coming of age roman over drie vrienden: Alma, Ben en Dani. Je vroeg regelmatig: “Kom ik erin voor?”. Dan knipoogde ik: “Echt niet”. Maar vorig jaar op Koh Lanta schreef ik het einde van Dani. Spoiler Alert. Hij sterft aan kanker. Als ik terug lees, twijfel ik. Dani en jij hebben toch meer gemeen dan dezelfde voorletter.

Al die tijd lag het Diesel shirt klaar met een spijkerbroek, hoodie en sneakers. Jouw sterf-outfit. In t-shirt en onderbroek ging je dood. Je hoodie en jeans heb ik maar niet meer aangetrokken. Je was zo dun, doorschijnend en zeker vier maten gekrompen. Waarom weet ik niet: ik heb je nog wel sokken aangetrokken. Alsof ik je voeten nog warm wilde houden na de dood.

Op het eind was je zo zacht. De laatste ochtend dat ik je waste, we elkaar kusten en lang aankeken. “Wat ben je mooi. Wat ben je zacht. Wat ben je lief”. Iedere dag 15 jaar lang maakte jij me een compliment. Dan liet je weten dat je me zag, hoorde of voelde. Ik vond dat zo bijzonder aan jou. Net als je tappende voeten. Hoe enthousiaster jij vertelde hoe vrolijker ze mee tapten. Je had dat zelf niet door. 

Ik heb de naaldenbeker en het morfine-afval naar de apotheek gebracht. Kleine stappen. Alhoewel ik ook grote zet. Vrijdag heb ik met Martin jouw as opgehaald. Je gaat mee in een boswachter-groene cassette. Er zit een gelamineerde foto van een herfstbos omheen. Bovenop ligt een schijf met jouw nummer en een plaat met naam, geboorte- en sterfdatum. Ik had zelf een romantischer beeld bij ‘asbeker’.

Thuis leg ik de cassette op de middenstip van jouw voetbalveld-dekentje. Tijdens een Mad Men binge op Netflix kijk ik een paar keer achterom. Ik voel me opstandig en boos. Ik vind simpel, gewelfd aardewerk veel passender dan rechthoekig plastic. Het liefst smijt ik de bus door de kamer. Het lijkt wel een verpakking vogelvoer. De bijpassende tas in droevig grijze vilt voelt ook al zo onterecht.  

Donderdag word ik 47. Jouw zevenenveertigste herinner ik me goed. Enkele dagen ervoor namen we vanuit Cusco, Peru, de nachtbus naar Lima. In drie vluchten met stop-over in Berlijn – waar we met gunstige jetlag tot 10.00 am doorfeesten – landden we op  Sri Lanka. Ik had twee mini flesjes bubbels uit Berlijn mee, we huurden een fiets en gingen teut op tempel tour. 

In de stad loop ik langs Tommy Hilfiger. Ik heb nu zo lang geen sex meer gehad dat ik zelfs het ontblote bovenlichaam van de etalage pop aantrekkelijk vind. In het fysieke mis ik jou het meest. Daar doet het pijn. Het eindige speelveld van de ervaring. Buiten blijf ik zoeken. Zodra ik mijn ogen sluit, ben je er weer. Dan voelt het licht, speels, verbonden. 

R O U W  voelt als een boomerang. Het verdriet dat ik eruit gooi, keert onverminderd terug. Gister ben ik in bed gaan liggen. Op jouw plek, in jouw houding. Zoals je er steeds lag en gestorven bent. Mijn hand is het laatste dat je hebt gevoeld. Het partje mandarijn-uit-blik het laatste dat je hebt geproefd. Ik staar in de kaars naast jouw bed en sluit langzaam met mijn ogen de vlam in. Als het noorderlicht danst het zo een tijdje volledig helder aan mijn hemel rond.

in juli 2018 werd de liefde van mijn leven – so far – plotseling ziek. Op 16 november ging zijn euthanasie wens in vervulling. Ik schrijf over mandarijntjes uit blik, magische avonturen en pure liefde. Dit is mijn verhaal over R O U W.

Write a Reply or Comment

Your email address will not be published.